Interview met
Philippe Haspeslagh

In het kader van onze partnership met Vlerick Business School hadden wij de eer om Philippe Haspeslagh te ontvangen in onze kantoren. Wij hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om hem enkele vragen te stellen over business-scholen, onderwijs en ondernemen in België. Hieronder kan u het uitgeschreven interview terugvinden net als de audioversie.

Dag meneer Haspeslagh. Kan u zichzelf in een paar woorden voorstellen en uw functie bij Vlerick aan ons uitleggen?

Goeiedag, ik ben Philippe Haspeslagh, decaan van Vlerick Business School. Vlerick is een onafhankelijke business-school met 2 peterinstellingen, de universiteit van Leuven en de universiteit van Gent.

U heeft vier leidmotieven binnen Vlerick : openheid, vitaliteit, innovatie en ondernemen. Laten we even focussen op deze laatste twee: kan u deze meer in detail beschrijven?

Ik geloof dat het Vlaams ondernemerschap op niveau van de KMO historisch gezien de grondslag vormt van Vlerick. Ik zou zeggen dat dit ondernemerschap nog steeds aanwezig is in onze genen en dat we ons best doen om dit toe te passen, ook voor de grote ondernemingen, en zelfs voor de multinationals. Van daaruit komt het gegeven voort dat we veel investeren in alles wat betrekking heeft op innovatie, business model innovatie alsook nieuwe technologieën. We proberen deze ondernemersmentaliteit te behouden, ook voor onszelf. In dat opzicht kan je de nieuwe campus in Brussel als een recent voorbeeld zien. Maar we proberen voornamelijk om deze ingesteldheid mee te nemen naar grotere organisaties, aangezien zij dit vaak missen. Ik denk dat Vlerick een unieke business-school is vergeleken met andere scholen, wat te danken is aan het belang dat we hechten aan de praktijk. Zo proberen we de theorie ook praktisch toe te passen. Er zijn weinig business-scholen waar alle professoren zelf, en niet enkel de gastprofessoren uit de hele wereld, in staat zijn workshops te geven samen met ondernemingen. In dit opzicht zijn wij zeer verschillend van de klassieke business-school of universiteit.

Wat zijn vandaag de dag de voorwaarden om toegelaten te worden voor een Masters-opleiding aan Vlerick?

Onze masters-studenten zijn MAnaMA’s. Je moet dus al een goed Master-diploma hebben. Als je reeds een master psychologie, management, economie of rechten op zak hebt, zal je nog steeds een logische redeneertest moeten afleggen waarvoor iedereen met een soortgelijk diploma zou moeten kunnen slagen. Daarnaast zal je ook een motiveringsinterview moeten doorstaan. Zo weten wij waarom je in deze studie geïnteresseerd bent, wat je later wil gaan doen, maar ook wat je al gedaan hebt tijdens je studies, binnen een organisatie, op sportief vlak of op andere vlakken. Zo proberen we een beeld te krijgen van je persoonlijkheid. Het is volgens mij een tweede diploma, veel meer gericht op de praktijk. Je leert om in groep en in een internationale context te werken, en de start van je carrière krijgt een stroomversnelling. Je zal waarschijnlijk starten in een gelijkaardige job als na het behalen van je eerste masterdiploma. Maar het verschil is dat je meer kansen zal hebben om de job te krijgen die je wil en dat je een grotere maturiteit zal bezitten. Je zal daarnaast ook een prachtig jaar gehad hebben.

In welk opzicht is het effectief nodig een tweede master te volgen ?

We zijn tijdens onze studiejaren aan de universiteit steeds in contact geweest met mensen uit dezelfde stad, die naar dezelfde universiteit zijn gegaan en die dezelfde studies hebben gevolgd, hetzij psychologie, rechten of economie. Wat een MAnaMA echt een fascinerende ervaring maakt, is dat je als jurist opeens geconfronteerd wordt met het standpunt van de economist, dat een psycholoog je er op wijst dat je geen rekening houdt met het menselijke aspect, dat je samenwerkt met een wetenschapper die zeer goed weet wat hij wil en die veel logischer denkt dan jij. Bovendien komen al die mensen uit verschillende landen met allemaal andere waarden. En ik denk dat dit juist een meerwaarde is, de echte confrontatie met een wereld die zeer verschillend is van diegene waarin ieder van ons is opgegroeid. Volgens mij is het dat wat de mensen echt klaar stoomt voor de manier van werken in de toekomst, in een meer internationale organisatie.

Vindt u het vandaag de dag waard om een MBA te volgen ?

Uiteraard. Je moet weten dat 30 jaar geleden, wanneer ik zelf een MBA heb gevolgd, er zeer weinig MBA’s waren. Een MBA was toen dus een zeer belangrijke factor van differentiatie. Daardoor zijn er, zelfs op vandaag, nog veel mensen met een diploma als ingenieur, of in chemie, geneeskunde en psychologie werkzaam als leidinggevende of manager in de bedrijfswereld, die feitelijk nooit een basisopleiding hebben gehad. Ik denk dat het voor deze mensen, na enkele jaren werken, of voor part-time of executive MBA’ers na een tiental jaar werken, ook interessant kan zijn om hun carrière te boosten of stil te staan bij wat ze geleerd hebben. Een MBA, hetzij voltijds, hetzij halftijds, is nog steeds evenveel waard als 30 jaar geleden. Volgens mij leidt een MBA niet enkel naar de bedrijfswereld. Een ziekenhuis leiden, een grote NGO leiden, is bijvoorbeeld even complex als een bedrijf leiden.

Wat zijn de gekende verschillen tussen Vlerick en Solvay Business School ?

Ik zou zeggen dat Solvay vergelijkbaar is met KULeuven, UCL en andere universiteiten. Het is te zeggen: voornamelijk een school die fantastische afdelingen heeft voor undergraduate studenten, commercieel ingenieurs en dus eerder academisch is. Solvay is als business-school een afdeling van, terwijl wij uitsluitend een business-school zijn. We zijn dus complementair. Misschien 20% van onze activiteiten zijn gelijklopend, maar zeker niet meer. Volgens mij zijn Leuven en Louvain de referentie voor Solvay.

Laten we in de huid van de student kruipen die zich wenst in te schrijven in een business-school. Welke keuze zou u mij aanraden als ik Nederlandstalig of Franstalig ben?

Solvay heeft kwaliteiten, specialiteiten die Vlerick nooit zal hebben. Bijvoorbeeld de academische kwaliteit op het vlak van finance, de econometrie of de net opgerichte masters gespecialiseerd in finance. Vlerick daarentegen is een business-school die leidt tot meer algemeen management. Wij hebben een masters in finance, maar die is voornamelijk gericht op mensen die een financiële positie willen bekleden in een bedrijf. Het is geen opleiding voor mensen die trader willen worden of die zich verder willen specialiseren in de technische aspecten van finance. Ik denk dat we ook op dat niveau complementair zijn. Los daarvan zou ik geneigd zijn om een Vlaming aan te raden een Masters aan Vlerick te volgen en een MBA in het buitenland. Een Franstalige zou ik eerder aanraden om een jaar bij ons te komen en zo twee vliegen in één klap te slaan. Ik bedoel daarmee meer inzicht krijgen in het andere landsdeel en tegelijkertijd een goede opleiding genieten. Vanzelfsprekend zou ik een Vlaming in dat opzicht evenzeer kunnen aanraden zich in te schrijven bij Solvay.

Het is ondertussen al twee jaar geleden dat de campus in Brussel geopend werd. Waarom deze keuze?

Laten we eerlijk zijn: op internationaal niveau telt in België maar één merk en dat is Brussel. Vlerick heeft de ambitie internationaal te zijn en we zijn een beetje te groot, zéker voor Vlaanderen en misschien zelfs voor België. Ik denk dat Brussel niet alleen voor internationale studenten aantrekkelijk is, maar ook voor internationale bedrijven, rekruteerders en samenwerkingen met andere scholen.

Wat wordt de volgende bestemming voor Vlerick na Gent, Leuven, Sint-Petersburg en nu dus ook Brussel?

Op strategisch vlak geloof ik in het principe van focus en op een gegeven moment moet men zich verdiepen. Het is waar dat we eerst geïnvesteerd hebben in baksteen, maar de echte investeringen die we gedaan hebben, situeren zich op het vlak van inhoud en technologie. Ik verklaar me nader. Onze wereld is aan het evolueren naar een wereld van ‘blended learning’, de combinatie van discussies in een leszaal en leren op afstand, of e-learning. Vlerick is ook aan het veranderen. Meer en meer bezorgen we alle formele inhoud op voorhand aan de studenten zodat ze de tijd in de klas kunnen gebruiken om vanuit hun eigen context echt te discussiëren.

Omdat mensen minder tijd hebben om les te volgen, is het belangrijk om ons aan te passen. In dat opzicht zullen we procentueel gezien minder tijd in de aula doorbrengen. Om terug te komen op de vraag van een volgende locatie: ik denk dat de toekomst niet ligt in het oprichten van nieuwe campussen, maar wel in het aangaan van partnerships met andere hoog gekwalificeerde business-scholen of een samenwerking op opleidingsniveau. Op die manier kan elke partner zijn professoren en studenten bij elkaar brengen in een nieuwe internationale omgeving zonder daarvoor op andere plaatsen in de wereld in bakstenen te moeten investeren.

Hoe ziet de universiteit van morgen er volgens u uit ?

Eerst en vooral denk ik dat ze flexibeler en meer modulair zal moeten zijn. Eén van de mindere aspecten van ons Europese onderwijs is dat je van bij de start in het eerste jaar al een beroepskeuze moet maken. Het hele universitaire traject gaat in die richting verder en bepaalt wat we later zullen worden. Wie start in geneeskunde eindigt meestal als dokter. Een studie rechten leidt naar een job als jurist. Ik denk dat we in de toekomst naar een systeem moeten waar de echte keuzes worden uitgesteld naar later. Ten tweede is er ook nog steeds de keuze tussen een algemene opleiding, die leidt tot een algemene ontwikkeling, en een meer toegepaste studie, die sneller tot een specifieke job zal leiden. Voor specifieke toepassingen heeft de bedrijfswereld zeker nood aan mensen met een technische vorming. Op menselijk vlak is het echter veel meer verrijkend om over een algemenere vorming te beschikken. Elk individu moet zijn eigen keuze maken en ik denk dat de universitaire wereld juist een mengeling zal zijn tussen e-learning en een opleiding met modulaire lessen die mensen toelaat hun eigen menu samen te stellen. Ik hoop dat de universiteit van morgen er niet enkel voor jongeren zal zijn, maar ook voor iets oudere mensen, zodat zij zich opnieuw in vraag kunnen stellen, een andere richting kunnen inslaan en opnieuw naar de universiteit kunnen gaan.

Zijn e-learning en de online universiteit de toekomst?

E-learning leent zich goed voor zaken als bijvoorbeeld het aanleren van een theorie, boekhouding, en technische zaken. Waar e-learning zich niet toe leent, zijn dialoog, discussies, groepswerk, en concrete toepassingen en cases. Ik geloof dat de toekomst ligt in wat men ‘blended learning’ noemt, waarin we beide zaken proberen samen te brengen. Dat betekent dat we geen studenten meer naar een leslokaal laten komen voor theoretische uiteenzettingen. In dit systeem verwerken de studenten het theoretische deel vooraf zelfstandig en wordt de tijd in de klas gebruikt voor praktische cases, reflectie en discussie.

Vlerick bezet de 81ste plaats in de ranking van business-scholen volgens de Financial Times in 2014. Is het een utopie dat er op een dag een Belgische business-school in de top 10 zal concurreren met de Amerikanen die momenteel 7 plaatsen bezetten in deze top 10?

Eerst en vooral zijn er twee rankings. Er is een algemene ranking op schoolniveau waarin wij 16de geklasseerd staan. Daarnaast is er een ranking specifiek voor het full-time MBA waar wij rond de 90ste plaats staan. In deze ranking denk ik niet dat we ooit zullen doorstoten naar de top aangezien de financiële evolutie van de studenten en het inkomen drie jaar na afstuderen voor 30% doorwegen. Dus een school die Indische MBA-studenten kan tewerkstellen in Wall Street, zal deze ranking steeds domineren. Dit gezegd zijnde, is voor ons vooral onze positie ten opzichte van andere Europese scholen van belang. Een student maakt immers de keuze tussen Amerika, Europa of Azië. Onze benchmark zijn de zeer goede Europese scholen. Hiervan zijn er 2 of 3 buiten categorie, nl. INSEAD, London Business School en LSE. Daarnaast zijn er misschien een 15-tal die denken dat ze in de top tien moeten kunnen geraken. Ik zou durven zeggen dat wij deel uitmaken van deze 15.

U bent één van de belangrijkste ondernemers in België. Wat is uw standpunt over de zin voor ondernemen bij jongeren in dit land? Is dit geëvolueerd gedurende de laatste decennia?

Ik zie tegelijkertijd twee houdingen. Enerzijds willen veel jongeren op eigen benen gaan staan. Ze proberen een job te vinden in de publieke sector of een andere sector die een zekere werkzekerheid biedt. Tegelijkertijd zijn er nog nooit zoveel jongeren geweest die zelf iets proberen op te starten. Dat is een logisch gevolg van de technologische revolutie die het mogelijk heeft gemaakt om met minder middelen een bedrijf op te starten, hetzij in de sector van de app-ontwikkeling of binnen een andere sector. Je kan het glas als half vol of als half leeg beschouwen. Als we onze roze bril opzetten, zien we enorm veel nieuwe dingen, maar als we naar het grotere geheel kijken, is het waar dat er een zekere onzekerheid heerst.

Naar Silicon Valley trekken en de Amerikaanse droom proberen waarmaken. Is dat volgens u de beste raad die je aan jonge Belgen kan geven die innovatieve ideeën hebben inzake nieuwe technologieën?

Dat is voor diegenen met veel ambitie, en de nodige bagage en competenties om er te geraken. Ik denk dat durven de beste raad is. We moeten in Europa van mentaliteit proberen veranderen en dichter aanleunen bij de Amerikaanse mentaliteit. We moeten anders gaan kijken naar mensen die iets proberen en mislukken. We moeten dit positief benaderen, eerder als een ervaring dan een mislukking. Als een energiek iemand die zin voor initiatief toont en niet als iemand die gefaald heeft. Ik denk dat we vooral anders naar risico moeten gaan kijken en dat we moeten durven om ons te engageren. Ik heb tijdens mijn leven meer geleerd van ondernemende initiatieven die niet hebben gewerkt, dan van initiatieven die wel hebben gewerkt.

Om te besluiten, wil u een boodschap meegeven aan hen die nog twijfelen om de sprong te wagen en zich in te schrijven voor één van de opleidingen bij Vlerick?

We zijn vaak terughoudend tegenover het idee om verder te studeren na het behalen van een eerste Master, aangezien de overheid dan niet langer financiert. In scholen zoals Solvay of Vlerick zijn masters en MBA’s duur. Maar het is nog steeds goedkoper dan de echte kosten. Je moet dit dan ook als een investering zien die je binnen 2 tot 3 jaar terugverdient en die zich qua persoonlijke verrijking duizend keer zal terugbetalen. In vergelijking met andere landen zijn Belgen terughoudend om te investeren aangezien ze uitgaan van het principe dat de overheid hun opleiding betaalt. Je moet een lening durven aangaan. Er zijn beurzen, je kan halftijds werken. Je moet steeds in jezelf investeren en niet verwachten dat de overheid voor alles betaalt. Heb je een goed diploma, ben je jong en dynamisch en droom je ervan te kunnen starten als trainee bij één van de grote FMCG-bedrijven en snel te evolueren? Denk er dan eens over na om in jezelf te investeren en bijvoorbeeld een masters in marketing te volgen. Je leert er niet alleen marketing- maar ook verkoopstechnieken, onderhandelen en alles wat kan helpen om in de praktijk snel vooruitgang te boeken. Een Masters-opleiding aan Vlerick biedt je alle troeven om snel je droomjob te pakken te krijgen.